menu


question_answer
Bespreken leerresultaat “vertragen”



contact_support
Gelegenheid voor vragen



contact_support
Kennis testen van de leerling over “naderen en berijden kruispunten”




Leerresultaat bespreken
Bekijk de PlanGo app en bespreek het leerresultaat van het voorgaande lesonderwerp “vertragen”. Het onderwerp vertragen heeft aansluiting met het lesonderwerp “naderen en berijden kruispunten”, gezien hier ook vaak vertraagt moet worden alvorens de kruising opgereden moet worden of voorrang verleent dient te worden.

Gelegenheid voor vragen
Geef de leerling ruimte om vragen te stellen over het voorgaande lesonderwerp(en), ook over niet aansluitende onderwerpen.

Kennis van de leerling
Stel de cursist een aantal vragen over het lesonderwerp “naderen en berijden kruispunten”, om te controleren of de leerling zich in het onderwerp heeft verdiept.

Voorbeeld vragen;
• Bij welk verkeersbord moet er voorrang verleent worden?
• Wat doe je als een niet voorrangsgerechtigde bestuurder voorrang neemt?
• In welke volgorde moet er gekeken worden alvorens je de kruising op wil rijden?


Omschrijving
Geeft aan wat in vorige les(sen)/rijtaak is behandeld en een relatie heeft met de geplande les (= vereiste beginsituatie).

Meting vorige les en controle aanvangsniveau
De instrcuteur geeft aan wat tijdens vorige les(sen)/rijtaak is behandeld en controleert dit praktisch. Hij meet de feitelijke beginsituatie in relatie tot de vereiste beginsituatie als voorbereiding op de geplande rijles. De instructeur geeft gelegenheid tot vragen stellen, over vorige les, deelhandelingen, instructiefasen, beheersingsniveaus. De instructeur controleert zelfwerkzaamheid van de leerling. (Stap 1 RIS).


record_voice_over
Geef aan wat er in de rijles aan de orde komt en in welke volgorde.




Opbouw van de rijles
Vertel de leerling de opbouw van de rijles;

• Toetsen of het “vertragen” op de juiste manier wordt uitgevoerd.
• Bespreken of het aanvangsniveau voldoende is om te starten met “naderen en berijden kruispunten”
• Uitleggen “naderen en berijden kruispunten”
• Demo
• Gelegenheid voor vragen
• Voldoende oefengelegenheid
• Leerresultaten bespreken
• Naar het eindpunt rijden
• Gehele les bespreken
• Huiswerk voor de opvolgende rijles


Omschrijving
Geeft aan wat er in de les(onderdelen) aan de orde komt en in welke volgorde.

Lesplan
De instructeur beschrijft tijdens de inleiding van de les de structuur (zijn aanpak) van wat er in de les aan de orde komt en in welke volgorde.


local_taxi
Rij naar de oefenlocatie voor het “naderen en berijden kruispunten”, controleer of er op de juiste wijze wordt “vertraagt”.





Rijden naar de oefenlocatie
Laat de leerling rijden naar de oefenlocatie voor het onderwerp “naderen en berijden kruispunten” en toets of de leerling zelfstandig op de juiste wijze “vertraagt”.

Geef bij het niet op de juiste vertragen, hints aan de leerling.

Juiste wijze vertragen
• Verkeer achter de auto observeren (binnen spiegel).
• Vroegtijdig gas los laten.
• Remmen.
• Stoppen op de juiste afstand.
• Terug schakelen.

Voorkeurs route
Rij naar de locatie;
Johann Faberlaan 119, 9744 DH, Groningen

Vanaf station noord zou er tijdens de route een aantal keren kruisingen worden gepasseerd met verkeerslichten, ook worden er enkele rotondes gepasseerd. Zo kan het vertragen als het sturen eenvoudig worden getoetst.


Omschrijving
Meet praktisch de feitelijke beginsituatie, merk fouten in de uitvoering van rijtaken/deelhandelingen volgens de Rijprocedure op.

Meting vorige les en controle aanvangsniveau
De instrcuteur geeft aan wat tijdens vorige les(sen)/rijtaak is behandeld en controleert dit praktisch. Hij meet de feitelijke beginsituatie in relatie tot de vereiste beginsituatie als voorbereiding op de geplande rijles. De instructeur geeft gelegenheid tot vragen stellen, over vorige les, deelhandelingen, instructiefasen, beheersingsniveaus. De instructeur controleert zelfwerkzaamheid van de leerling. (Stap 1 RIS).

Opmerken van fouten
De instructeur;
• ziet bijna alle fouten van de rijtaak/deelhandelingen al in de kijkfase aankomen en maakt ze bespreekbaar / bespreekt ze.
• neemt fouten in de uitvoering (deelhandelingen of totale rijtaak) tijdig waar.


contact_support
Leerling hard op verwoorden hoe het “vertragen” is uitgevoerd.




record_voice_over
Feedback beeld-leerling daadwerkelijk waargenomen gedrag.



record_voice_over
Waarom goed of fout en hoe voorkomen.



record_voice_over
Beoordeel of “vertragen” herhaald moet worden.



assignment
Bij het niet herhalen, PlanGo app invullen.





Hard op verwoorden
Laat de leerling kritisch vertellen hoe het “vertragen” is gegaan.

Beeld leerling, waargenomen gedrag
Vertel de leerling of het waargenomen gedrag klopt met het beeld van wat de leerling zelf heeft. Geef kort weer wat er fout is gegaan volgens de rijprocedure maar laat steeds merken dat fouten maken mag.

Waarom goed of fout
Vertel de leerling waarom iets goed of fout is gegaan en volgens welke criteria. Vertel ook wat de oorzaak was waarom iets goed of fout is gegaan.

Beoordelen & app invullen
• Vroegtijdig herkent dat er vertraagt moet worden?
• Voor het vertragen het verkeer achter de auto geobserveerd, doormiddel van de binnenspiegel?
• Gas los gelaten voordat er geremd wordt?
• Met de juiste dosering geremd?
• Bij het tot stilstand komen, op de juiste plaatst stilstaan?
• Bij het tot stilstand komen, een naschok voorkomen?
• Teruggeschakeld naar de juiste versnelling?


Omschrijving
Stimuleer de (hardop) te verwoorden methode, hoe de rijtaak is aangepakt. Geef feedback met concrete verbeterpunten die inhoudelijk overeenkomt met de Rijprocedure. Bespreekt WAT van een rijtaak goed of minder goed is uitgevoerd volgens de gangbare criteria van rijvaardigheid en licht het WAAROM toe. Laat in bij het feedback geven, essentiële zaken aan de orde komen. Benadrukt dat fouten maken onderdeel is van het leerproces. Uit positieve verwachtingen van de leerling, toon vertrouwen in de leerling. Hanteer de instructievorderingenkaart op de juiste wijze en op de juiste momenten.

Hardop laten verwoorden
De instructeur stimuleert de leerling stap voor stap hardop te verwoorden hoe hij een deelhandeling of de totale rijtaak aanpakt of heeft aangepakt (invoegen, kruispunt berijden).

Inhoudelijke verbeterpunten
De instructeur;
• geeft feedback die klopt met de Rijprocedure
• benut de meeste kansen om feedback en concrete verbeterpunten te geven.

Verklarende feedback
De instructeur zorgt ervoor dat de leerling een scherp beeld heeft van wat waarom goed of fout ging:
• welke handelingen goed/fout gingen
• volgens welke criteria ze goed/fout gingen
• wat de oorzaken waren van goed/fout handelen.

De instructeur neemt de zelfreflectie met de leerling door (BEELD-gedrag leerling versus WAARGENOMEN gedrag Instructeur). Hij geeft daarna het GEWENSTE Gedrag aan zoals beschreven in de Rijprocedure.

Essentiële zaken
De instructeur;
• haalt essentiële zaken in het rijgedrag van de leerling naar boven
• heeft heel weinig woorden nodig om concreet te maken wat goed of fout ging en waarom.

Acceptatie fouten en onzekerheden
De instructeur geeft kort weer wat er fout is gegaan, maar laat steeds merken dat fouten mogen voorkomen, dat je van fouten leert (bijv.: ‘je krijgt nog kans om dit te herstellen; doe je het extra netjes’)

Verwachtingen uiten, vertrouwen tonen
De instructeur benadrukt in zijn gedrag er vertrouwen in te hebben dat de leerling zal leren rijden. Hij benadrukt wat goed gaat.

Administratie – Gebruik instructievorderingenkaart
De instructeur gebruikt de Instructievorderingenkaart/RIS werkboek om de vorderingen van de leerling te noteren en bespreekt aan de hand van deze vorderingen het leerresultaat tijdens de inleiding en de afsluiting van de les.




record_voice_over
Vertel het leerdoel en de motivatie.



Het leerdoel en motivatie
Bij het naderen en oprijden van de kruising altijd zo veilig mogelijk handelen en geen gevaar of hinder veroorzaken. Naderen en berijden met een veilige en verantwoorde snelheid, zodat aan de voorrangverplichting kan worden voldaan. Het juiste kijkgedrag zodat kan worden beoordeeld of er daadwerkelijk voorrang geven moet worden als de omstandigheden hier om vragen op de juiste manier tijdig afremmen.

Gevolg geven aan de voor de rijrichting bestemde verkeerslichten, verkeerstekens of aanwijzingen gegeven door bevoegde ambtenaren. Ook wordt verwacht te reageren op andere weggebruikers die zijn voorrang verplichting niet nakomt, doormiddel van remmen. Voorkomen moet worden dat de kruising geblokkeerd wordt, om de doorstroming te bevorderen.


Omschrijving
Beschrijf de essentie van wat de leerling gaat leren en motiveert de noodzaak van de nieuw aan te leren rijtaak.

Doelstelling en motivatie van de les
De instructeur geeft een nauwkeurige beschrijving van de leertaak die in deze les centraal staan en motiveert duidelijk het belang van elk lesonderdeel voor het deelnemen aan het verkeer. (Stap 2 RIS: motivatie).


In een zo’n vroeg mogelijk stadium waarnemen dat er een kruising wordt genaderd, te herkennen aan bijvoorbeeld:
• Kruisend verkeer
• Straatnaam borden
• Opening tussen huizen
• Verkeersborden

Foutgedraging
Door het te laat herkennen van een kruising, blijft er minder tijd over om alle handelingen op de juiste wijze te kunnen uitvoeren.

In een zo’n vroeg mogelijk stadium herkennen hoe het zicht op de kruising is, ook vanuit andere bestuurders.

Zicht belemmerende objecten zijn bijvoorbeeld;
• Woningen
• Hoge struiken in een tuin

Hierbij ook rekening houden met het zicht vanuit andere bestuurders, deze kunnen jou immers ook niet zien op een onoverzichtelijke kruising. Hierdoor zouden andere bestuurders onbewust niet aan hun voorrangsverplichting kunnen voldoen.

In een zo’n vroeg mogelijk stadium herkennen hoe de voorrang op de kruising is geregeld.

Te herkennen aan;
• Verkeersborden
• Tekens op het wegedek

Motivatie
Door het vroegtijdig herkennen van de voorrang, kan de juiste naderingssnelheid worden bepaald om aan de voorrangsverplichting te kunnen voldoen.

Houdt rekening met de algehele situatie op de kruising, zo kan het verkeer na de kruising stilstaan waardoor er niet kan worden opgereden, maar ook kan er een voorrangsvoertuig naderen.

Vroegtijdig waarnemen of de te volgen weg ingereden mag worden, dit is te herkennen aan de verkeersborden.

Voor het oprijden beoordelen of er eventueel voldoende opstelgelegenheid aanwezig is tussen beide rijbanen in.


Het verkeer achter de auto observeren doormiddel van te kijken in;

• de binnenspiegel

Motivatie
Zo weet de bestuurder hoe de situatie achter de auto is en of er op een veilige manier vertraagt kan worden.


In een zo’n vroeg mogelijk stadium waarnemen of er vertraagt moet worden, hierbij rekening houden met:
• Het zicht over de kruising
• Het zicht vanuit andere bestuurders
• De geldende voorrangsregels
• Het naderen van hulpdiensten


Foutgedraging
Door het te laat waarnemen van de omstandigheden op de kruising, kan niet de juiste naderingssnelheid worden bepaald.

Daadwerkelijk de naderingssnelheid verlagen, zodat onder alle omstandigheden op de juiste wijze kan worden voldaan aan de voorrangsverplichting en het vertrouwen wordt gewekt bij voorrangsgerechtigden dat hen voorrang wordt verleent.

Foutgedraging
Bij een te hoge naderingssnelheid zou een voorrangsgerechtigde niet het idee hebben voor te krijgen, dit betekend ook dat er niet op de juiste manier voorrang wordt verleent!

Bij een te hoge naderingssnelheid zou er hard geremd moeten worden om nog aan de voorrangsverplichting te kunnen voldoen, dit levert extra gevaar op voor personen die van achteren naderen, deze verwachten dit immers niet.

Ook kan door een te hoge naderingssnelheid het voorkomen dat er te laat geremd wordt om voorrang te kunnen verlenen, met de kans op een aanrijding.



Kijken in de richting van waaruit verkeer kan naderen om vast te stellen of de kruising kan worden opgereden.

Minimaal kijken naar;
• voren
• links
• voren
• rechts


Motivatie
Het kijken moet er op zijn gericht bewust waar te nemen, om te kunnen beoordelen of er gestopt dient te worden.


Plaats van stilstaan
Bij stoppen voorkomen dat de kruising geblokkeerd wordt, ook rekening houden met grote voertuigen en hun grote draaicirkel, indien dit het geval is kan het soms verstandig zijn vroegtijdig stil te staan.

Onnodig voorrang verlenen
Niet zonder noodzaak voorrang verlenen aan niet-voorrangsgerechtigden.

Niet-voorrangsgerechtigden
Mocht blijken dat een niet-voorrangsgerechtigde bestuurder geen voorrang verleent, dan dient alsnog gestopt te worden.

Doorrijden
Als er zonder gevaar of hinder de kruising kan worden overgestoken, dan niet twijfelen en de kruising vlot oversteken in één vloeiend beweging.

Beoordelen of de kruising op

Foutgedraging
Bij het te laat waarnemen van het verkeer wat in de in te rijden weg stil staat, zou het voor kunnen komen dat er moet worden gestopt op de kruising. Echter mag een kruising niet geblokkeerd worden.


• Toetsen of het vertragen op de juiste manier wordt uitgevoerd.
• Bespreken of het aanvangsniveau voldoende is
• Starten met het nieuwe lesonderwerp
• Uitleggen
• Demo
• Gelegenheid voor vragen
• Voldoende oefengelegenheid
• Beoordelen
• Afsluiten van de rijles


• Toetsen of het vertragen op de juiste manier wordt uitgevoerd.
• Bespreken of het aanvangsniveau voldoende is
• Starten met het nieuwe lesonderwerp
• Uitleggen
• Demo
• Gelegenheid voor vragen
• Voldoende oefengelegenheid
• Beoordelen
• Afsluiten van de rijles


Omschrijving
Sluit in de uitleg aan bij voorgaande lesonderwerpen. Geef uitleg over de deelhandelingen van de rijtaak conform de Rijprocedure. Beschrijft hoe de concrete deelstappen uitgevoerd moeten worden, geeft aan waar bij de uitvoering fouten kunnen ontstaan en wat de mogelijke gevolgen zijn.

Aansluiting voorgaande lesonderwerpen
De instructeur gaat samen met de leerling na wat er bij voorgaande lesonderwerpen/rijtaken aan de orde is geweest en maakt daarbij tijdens de uitleg gebruik van de bij de leerling aanwezige kennis/vaardigheden.

Inhoud
De instructeur geeft een heldere en exacte beschrijving van de nieuwe rijtaak. Zijn uitleg is conform de inhoud van de Rijprocedure en de gegeven doelstelling.

Deelhandelingen en foutgedragingen
De instructeur beschrijft stap-voor-stap en volledig de concrete onderdelen van de nieuwe rijtaak. Hij geeft aan hoe en in welke volgorde de deelstappen uitgevoerd moeten worden. (Afhankelijk van sturing naar niveauverhoging en sturing naar zelfstandigheid).

De instructeur geeft een duidelijke en volledige beschrijving van de kritieke punten die een rol spelen bij de uitvoering van de rijtaak. Hij beschrijft welke gevolgen eventuele fouten kunnen hebben en hoe de leerling daarmee om moet gaan.


directions_car
Geef vanaf de bestuurdersplaats een demo conform de Rijprocedure.





Omschrijving
Geeft vanaf de bestuurdersplaats een demo conform de Rijprocedure.

Demo
De instructeur geeft een demo vanaf de bestuurdersplaats conform de Rijprocedure, na uitleg van de rijtaak, de deelhandelingen en de foutgedragingen (de instructeur mag zelf kiezen of hij, afhankelijk van het instructieonderdeel, 1 of 2 demo’s – in stappen én vloeiend – geeft). (Stap 2 RIS: demo)


where_to_vote
Kies een geschikte plaats voor de nieuwe rijtaak.





Geschikte oefen plaatsten

Eerste route
Van:
Johann Faberlaan 119
9744 DH Groningen
Naar:
Johan Dijkstralaan 37
9744 DB Groningen

Tweede route
Van:
Johan Dijkstralaan 37
9744 DB Groningen
Naar:
Hoendiep 194
9745 EC Groningen

Derde route
Van:
Kwartsstraat 40-2
9743 HJ Groningen
Naar:
Kornalijnlaan 48-2
9743 JL Groningen


Omschrijving
Kiest een geschikte plaats voor het oefenen van de rijtaak.

Plaats van uitvoering
De instructeur kiest een plaats waarbij de leerling de hem opgedragen taak naar behoren en onder veilige omstandigheden kan uitvoeren.


Kies de juiste instructiefase en laat de leerling voldoende oefenen. Bespreek na elke instructiefase het niveau en bepaal of kan worden begonnen met een nieuwe instructiefase.

arrow_right
Mentorfase:
Doen maar met mij mee



arrow_right
Mentorfase:
Doen op aanwijzingen



arrow_right
Mentorfase (hard-op verwoorden):
Doen op minder aanwijzingen



arrow_right
Mentorfase (hard-op verwoorden):
Doen zonder aanwijzing



arrow_right
Coachen (hard-op verwoorden):
Lerend leren



arrow_right
Mix van mentorstappen en lerend leren



Intensiteit
Laat de leerling zoveel mogelijk oefenen tot (bijna) foutloze uitvoering. Oefen met de cursist onder wisselende omstandigheden.

Instructiefase en moeilijkheidsgraad
De instructeur maakt, op grond van het beheersingsniveau van de leerling, een juiste keuze tussen:

Doe maar met mij mee
Vertel de leerling precies welke handelingen hij wanneer moet uitvoeren.

Doen op aanwijzingen
Geef de leerling hints wanneer hij een bepaalde handeling moet uitvoeren, geef aan dat hij bijvoorbeeld moet kijken, maar niet in welke richting.

Doen op minder aanwijzingen
Geef minder hints dan in de voorgaande mentor stap.

Doen zonder aanwijzing
laat de cursist oefenen zonder aanwijzingen te geven.

Lerend leren
Ga de leerling coachen in complexe verkeerssituaties.

Mix van mentorstappen en lerend leren
Coach de leerling bij situaties waarvan je verwacht dat de leerling ze foutloos zou uitvoeren en gebruik de mentor stappen als de leerling veel fouten maakt.

Hardop laten verwoorden
Laat de leerling vertellen welke handelingen hij gaat uitvoeren, zo zou de leerling het eenvoudiger kunnen onthouden.

Sturing naar zelfstandigheid & hoger niveau
Stuur naar zelfstandigheid en moedig de leerling aan zelfstandig zonder aanwijzingen de rijtaak uit te voeren. De instructeur geeft bij het coachen precies die steun die past bij het niveau dat de leerling op dat moment heeft. Hij brengt de leerling in de zone van de naaste ontwikkeling.

Fouten
De instructeur geeft de leerling de ruimte om fouten te maken. Hij voorkomt wel tijdig dat de leerling zelf of andere verkeersdeelnemers door de fouten in gevaar komen. De instructeur ziet (bijna) alle fouten in de kijk fase aankomen en maakt ze bespreekbaar.


Omschrijving
Kies de instructiefase die bij de leerling, de deelhandeling en de locatie pas en kies oefensituaties die de leerling aankan en de leerling stimuleren. Geeft de leerling gelegenheid om te oefenen. Geeft de leerling ruimte om fouten te maken zolang de veiligheid niet in het gedrang komt. Merkt fouten in de uitvoering van rijtaken/deelhandelingen volgens de Rijprocedure op. Stimuleert de leerling (hardop) te verwoorden hoe hij een rijtaak aanpakt of heeft aangepakt. Geeft hints/corrigerende aanwijzingen over de uitvoering van rijtaken. Geeft de leerling precies díe steun die hij nodig heeft om een stap vooruit te maken in de beheersing van de rijtaak. Geeft de leerling de mate van zelfstandigheid die past bij de tot dan toe gemaakte vorderingen.

Instructiefase en moeilijkheidsgraad
De instructeur maakt, op grond van het beheersingsniveau van de leerling, een juiste keuze tussen:
• De mentorstappen (DMMM (stap 3 RIS), DOA (stap 4 RIS), DOMA (stap 5 RIS), DZA (stap 6 RIS) (beginnende/langzame leerling),
• Lerend leren (coachen bij gevorderde/snelle leerling) (rijtaak in complexe situaties),
• Mix van mentorstappen en lerend leren.

De instructeur kiest oefensituaties die aansluiten bij het niveau van de leerling en passen bij de fase van de rijopleiding van de leerling. Hij verfijnt de oefensituaties en past deze toe in complexe verkeersopgaven. (Gewijzigde situaties: Stap 7 RIS) (Wisselende omstandigheden: Stap 8 RIS)

Intensiteit
De instructeur laat de leerling de rijtaak intensief oefenen. Hij kiest ervoor de leerling zoveel mogelijk situaties te laten oefenen in plaats van te praten over mogelijke situaties. Hij laat de leerling oefenen tot (bijna) foutloze uitvoering (uitvoering is vlot en vloeiend). Hij laat de oefensituaties zoveel mogelijk toepassen in gewijzigde situaties: Stap 7 RIS en onder wisselende omstandigheden: Stap 8 RIS.

Fouten binnen veiligheidsmarge
De instructeur geeft de leerling de ruimte om fouten te maken. Hij voorkomt wel tijdig dat de leerling zelf of andere verkeersdeelnemers door de fouten in gevaar komen.

Opmerken van fouten
De instructeur;
• ziet bijna alle fouten van de rijtaak/deelhandelingen al in de kijkfase aankomen en maakt ze bespreekbaar / bespreekt ze.
• neemt fouten in de uitvoering (deelhandelingen of totale rijtaak) tijdig waar.

Hardop laten verwoorden
De instructeur stimuleert de leerling stap voor stap hardop te verwoorden hoe hij een deelhandeling of de totale rijtaak aanpakt of heeft aangepakt (invoegen, kruispunt berijden).

Hints/corrigerende aanwijzingen
De instructeur geeft voldoende hints en/of corrigerende aanwijzingen over de uitvoering van rijtaken. Hij maakt duidelijk hoe gevaarlijke situaties kunnen worden voorkomen en lastige situaties kunnen worden aangepakt.

Sturing naar zelfstandigheid
De instructeur laat bij een beginnende leerling alleen onderdelen over aan de zelfstandigheid van de leerling waar hints en instructie niet noodzakelijk zijn. Bij een gevorderde leerling biedt hij kansen om onderdelen van de rijtaak als het kan zonder aanwijzingen uit te voeren. Ook moedigt hij leerlingen aan om zelfstandig te rijden zonder aanwijzingen. De instructeur stuurt de leerling in zijn mentale overcapaciteit.

Sturing naar niveauverhoging
De instructeur geeft bij het coachen precies die steun die past bij het niveau dat de leerling op dat moment heeft. Hij brengt de leerling in de zone van de naaste ontwikkeling.

Bij een beginnend niveau of een trage leerling:
• geeft hij precies die uitleg voor de leerling die nodig is om verder te komen
• doet hij handelwijzen zelf voor, die de leerling een duidelijk beeld geven van de rijtaak.

Bij een gevorderd niveau of een snelle leerling:
• houdt hij feedback beperkt als leerling blijkt geeft van voldoende begrip
• volstaat hij met een korte hint, of laat leerling eerst zelf doen voor hij zelf feedback geeft.


Na elke mentorstap, stil gaan staan en op de onderstaande wijze beoordelen of er aan de volgende mentorstap kan worden begonnen.

contact_support
Leerling hard op verwoorden hoe het “naderen en berijden kruispunten” is uitgevoerd.





record_voice_over
Feedback beeld-leerling daadwerkelijk waargenomen gedrag.



record_voice_over
Waarom goed of fout en hoe voorkomen.



record_voice_over
Beoordeel welke mentor stap volgt.



assignment
Bij het niet herhalen, PlanGo app invullen.





Hard op verwoorden
Laat de leerling kritisch vertellen hoe het “naderen en berijden kruispunten” is gegaan.

Beeld leerling, waargenomen gedrag
Vertel de leerling of het waargenomen gedrag klopt met het beeld van wat de leerling zelf heeft. Geef kort weer wat er fout is gegaan volgens de rijprocedure maar laat steeds merken dat fouten maken mag.

Waarom goed of fout
Vertel de leerling waarom iets goed of fout is gegaan en volgens welke criteria. Vertel ook wat de oorzaak was waarom iets goed of fout is gegaan.

Beoordelen & app invullen
Na de lerend leren stap, de PlanGo app invullen.


Omschrijving
Stimuleer de (hardop) te verwoorden methode, hoe de rijtaak is aangepakt. Geef feedback met concrete verbeterpunten die inhoudelijk overeenkomt met de Rijprocedure. Bespreekt WAT van een rijtaak goed of minder goed is uitgevoerd volgens de gangbare criteria van rijvaardigheid en licht het WAAROM toe. Laat in bij het feedback geven, essentiële zaken aan de orde komen. Benadrukt dat fouten maken onderdeel is van het leerproces. Uit positieve verwachtingen van de leerling, toon vertrouwen in de leerling. Hanteer de instructievorderingenkaart op de juiste wijze en op de juiste momenten.

Hardop laten verwoorden
De instructeur stimuleert de leerling stap voor stap hardop te verwoorden hoe hij een deelhandeling of de totale rijtaak aanpakt of heeft aangepakt (invoegen, kruispunt berijden).

Inhoudelijke verbeterpunten
De instructeur;
• geeft feedback die klopt met de Rijprocedure
• benut de meeste kansen om feedback en concrete verbeterpunten te geven.

Verklarende feedback
De instructeur zorgt ervoor dat de leerling een scherp beeld heeft van wat waarom goed of fout ging:
• welke handelingen goed/fout gingen
• volgens welke criteria ze goed/fout gingen
• wat de oorzaken waren van goed/fout handelen.

De instructeur neemt de zelfreflectie met de leerling door (BEELD-gedrag leerling versus WAARGENOMEN gedrag Instructeur). Hij geeft daarna het GEWENSTE Gedrag aan zoals beschreven in de Rijprocedure.

Essentiële zaken
De instructeur;
• haalt essentiële zaken in het rijgedrag van de leerling naar boven
• heeft heel weinig woorden nodig om concreet te maken wat goed of fout ging en waarom.

Acceptatie fouten en onzekerheden
De instructeur geeft kort weer wat er fout is gegaan, maar laat steeds merken dat fouten mogen voorkomen, dat je van fouten leert (bijv.: ‘je krijgt nog kans om dit te herstellen; doe je het extra netjes’)

Verwachtingen uiten, vertrouwen tonen
De instructeur benadrukt in zijn gedrag er vertrouwen in te hebben dat de leerling zal leren rijden. Hij benadrukt wat goed gaat.

Administratie – Gebruik instructievorderingenkaart
De instructeur gebruikt de Instructievorderingenkaart/RIS werkboek om de vorderingen van de leerling te noteren en bespreekt aan de hand van deze vorderingen het leerresultaat tijdens de inleiding en de afsluiting van de les.


record_voice_over
Geef een heldere samenvatting van wat de leerling heeft geleerd.



record_voice_over
Geeft duidelijk en kernachtig aan wat de leerling goed en fout heeft gedaan.



question_answer
Bespreek of het leerdoel is behaald.



question_answer
Bespreek hoe het leerproces verlopen is.



assignment
Vul de PlanGo app in.




Samenvatting rijles
De instructeur geeft een heldere samenvatting van de gehele les die ‘tothe-point’ is. Hij vat samen wat de leerling heeft geleerd en geeft aan wat de samenhang is met al eerder geleerde rijtaken.

Bespreking leerresultaat
Geeft duidelijk en kernachtig aan wat de leerling goed en fout heeft gedaan en volgens welke criteria. Geef ook aan waarom iets goed of fout is gegaan. Geef feedback die klopt met de rijprocedure en benoem enkel essentiële zaken.

Leerdoel
Bespreek samen met de leerling of de doelstelling is gehaald van het “naderen en berijden kruispunten”.

Leerproces
Ga met de leerling na hoe het leerproces is verlopen, laat de leerling over zijn eigen leerproces nadenken. Vraag de leerling bijvoorbeeld waarom hij een bepaalde handeling niet heeft gedaan.

App invullen
Vul de leerresultaten van het “naderen en berijden kruispunten” in de PlanGo app in.


Omschrijving
Geef een samenvatting van de les. Geef feedback met concrete verbeterpunten die inhoudelijk overeenkomt met de Rijprocedure. Bespreek WAT van een rijtaak goed of minder goed is uitgevoerd volgens de gangbare criteria van rijvaardigheid en licht het WAAROM toe. Laat in de feedback essentiële zaken aan de orde komen. Benadruk dat fouten maken onderdeel is van het leerproces. Stel het leerresultaat vast en bespreekt dit met de leerling. Ga samen met de leerling na hoe het leerproces is verlopen. Hanteer de instructievorderingenkaart op de juiste wijze en op de juiste momenten.

Lesafronding
De instructeur geeft een heldere samenvatting van de gehele les die ‘tothe-point’ is. Hij vat samen wat de leerling heeft geleerd en geeft aan wat de samenhang is met al eerder geleerde rijtaken.

Inhoudelijke verbeterpunten
De instructeur:
• geeft feedback die klopt met de Rijprocedure • benut de meeste kansen om feedback en concrete verbeterpunten te geven.

Verklarende feedback
De instructeur zorgt ervoor dat de leerling een scherp beeld heeft van wat waarom goed of fout ging:
• welke handelingen goed/fout gingen
• volgens welke criteria ze goed/fout gingen
• wat de oorzaken waren van goed/fout handelen.

De instructeur neemt de zelfreflectie met de leerling door (BEELD-gedrag leerling versus WAARGENOMEN gedrag Instructeur). Hij geeft daarna het GEWENSTE Gedrag aan zoals beschreven in de Rijprocedure.

Essentiële zaken
De instructeur:
• haalt essentiële zaken in het rijgedrag van de leerling naar boven
• heeft heel weinig woorden nodig om concreet te maken wat goed of fout ging en waarom.

Acceptatie fouten en onzekerheden
De instructeur geeft kort weer wat er fout is gegaan, maar laat steeds merken dat fouten mogen voorkomen, dat je van fouten leert (bijv.: ‘je krijgt nog kans om dit te herstellen; doe je het extra netjes’)

Bespreking leerresultaat
De instructeur geeft duidelijk en kernachtig aan wat de leerling goed en fout heeft gedaan. Hij bekijkt samen met de leerling of de doelstelling is gehaald.

Evaluatie leerproces
De instructeur gaat samen met de leerling na hoe het leerproces verlopen is. Hij betrekt de leerling nadrukkelijk bij de evaluatie en daagt hem met de juiste vragen uit over zijn eigen leerproces na te denken.

Administratie – Gebruik instructievorderingenkaart
De instructeur gebruikt de Instructievorderingenkaart/RIS werkboek om de vorderingen van de leerling te noteren en bespreekt aan de hand van deze vorderingen het leerresultaat tijdens de inleiding en de afsluiting van de les.


record_voice_over
Vertel het onderwerp van de vervolg rijles “INVULLEN”



record_voice_over
Motiveer het lesonderwerp “INVULLEN”



record_voice_over
Huiswerk over “INVULLEN”


Vervolg rijles
Vertel dat er de volgende rijles met het onderwerp “INVULLEN” wordt begonnen, of dat het huidige onderwerp herhaald moet worden en waarom.

Motivatie vervolg rijles
INVULLEN

Huiswerk
Geef de leerling huiswerk mee over het onderwerp “INVULLEN”, dit kan zijn het theorie boek leren of bijvoorbeeld filmpjes op youtube kijken.



Omschrijving
Geeft onderwerp en motivatie van volgende les/rijtaak aan en geeft een opdracht voor zelfwerkzaamheid.

Volgende les/rijtaak
volgende gedragingen zien:
• geeft het onderwerp van de rijtaak van de volgende les aan
• motiveert de noodzaak van deze rijtaak
•geeft een opdracht voor zelfwerkzaamheid in relatie tot de rijtaak.