menu


Voordat er met het voertuig aan het verkeer wordt deelgenomen, moet het rijklaar gemaakt worden. Hierbij worden stoel, spiegels en stuur afgesteld op de in dit deel omschreven wijze. De aanwezige veiligheidsgordel moet op de voorgeschreven wijze gebruikt worden.


De bestuurder moet ontspannen achter het stuur kunnen zitten. Daarbij moet hij alle handelingen kunnen verrichten, zonder zich daarbij onnodig veel te moeten verplaatsen.

Bij de meeste auto’s kan het stuur op hoogte en in afstand tot de bestuurder afgesteld worden. Zo wordt voor de bestuurder een optimale positie t.o.v. het stuur in combinatie met de afstelling van stoelzitting en rugleuning gewaarborgd. Tijdens het rijden dient het stuur en/of de stoel niet versteld te worden. Bij een goede zit is er voldoende steun en voel je wat er met de auto gebeurt. Een goed afgestelde hoofdsteun geeft maximale bescherming voor nek en hoofd tijdens een aanrijding, vooral bij een zogenaamde kop/staartbotsing. Daarom dient een aanwezige hoofdsteun goed te worden afgesteld ten opzichte van de lengte van de bestuurder en eventuele passagiers. Als er een mogelijkheid is om de hoofdsteun te kantelen dient de ruimte tussen hoofd en hoofdsteun zo klein mogelijk gemaakt te worden.

Van een goede zithouding is sprake wanneer stoel en hoofdsteun optimaal zijn afgesteld op de bestuurder.

Dit is het geval indien:
de bovenbenen over een zo groot mogelijke afstand op de zitting rusten
bij geheel aangesloten rug in de rugleuning het bovenste punt van het stuurwiel nog juist goed met beide handen vastgepakt kan worden
het linkerbeen bij geheel ingedrukt koppelingspedaal nog licht gebogen is
er goed zicht is op de weg
de bovenzijde van de hoofdsteun op gelijke hoogte is met de bovenkant van het hoofd.



We onderscheiden de doorgeef- en de overpakmethode. De doorgeefmethode verdient de voorkeur. De overpakmethode kan echter goed worden gebruikt bij snel sturen met lage snelheden.

Bij het terugsturen het stuurwiel met beide handen begeleiden tot de wielen weer in de rechtuit stand staan. Bij het achteruit rijden mag het bovenlichaam dusdanig gedraaid worden dat de rechterhand het stuur niet meer vast heeft.

Van een goede stuurhouding is sprake wanneer:
het stuurwiel niet krampachtig met beide handen wordt vastgehouden
met de handen een stand van ongeveer ’kwart voor drie’ wordt ingenomen
de armen licht gebogen zijn
de handen aan de buitenkant van het stuurwiel zijn geplaatst.

Opmerkingen:
het op de deur laten rusten van de linkerarm vermijden. Dat kan de bewegingsmogelijkheden ten opzichte van het stuur beperken
beide handen aan het stuur houden, tenzij de schakelhandel, handrem of schakelaars bediend worden
draaien aan het stuur, waarbij de beide handen elkaar kruisen vermijden. Dit beperkt namelijk de stuurmogelijkheden.



De spiegels zijn goed afgesteld, wanneer optimaal zicht wordt verkregen.

De binnenspiegel is juist afgesteld indien:
in het verticale midden van de spiegel het verticale midden van de achterruit zichtbaar is
de hoogte zodanig is afgesteld dat optimaal zicht wordt verkregen.

De buitenspiegels zijn juist afgesteld indien:
de (eventueel denkbeeldige) horizon op ongeveer 1/4 deel van de bovenzijde in die spiegels zichtbaar is
in de linkerbuitenspiegel nog juist de linkerzijkant van de auto zichtbaar is en een zo groot mogelijk deel van het weggedeelte links naast en achter de auto kan worden overzien
in de rechterbuitenspiegel nog juist de rechterzijkant van de auto zichtbaar is en een zo groot mogelijk deel van het weggedeelte rechts naast en achter de auto kan worden overzien.

Opmerkingen:
het afstellen van de spiegels dient voor aanvang van de rit te gebeuren
bij het afstellen wordt aanraking van het glas zoveel mogelijk vermeden.


De aanwezige autogordels worden op de voorgeschreven wijze gebruikt.

Dit betekent dat ze ’strak’ aan het lichaam worden gedragen ten behoeve van een optimale veiligheid. Denk hierbij vooral aan het onderste deel (heup) van de gordel. Hulpmiddelen om van de gordel zo min mogelijk hinder te ondervinden (knijpers e.d.) zijn uit veiligheidsoogpunt sterk af te raden.